Man sagt, dass das Wetter morgen schön wird.
Nederlands: Men zegt dat het morgen mooi weer wordt.
In het Duits is 'man' een onbepaald voornaamwoord dat wordt gebruikt om algemeen over mensen te spreken, zonder iemand specifiek te noemen.
Gebruik 'man' in het Duits wanneer je een algemene uitspraak wilt doen, advies geeft of praat over wat mensen meestal doen, zonder een specifieke persoon te bedoelen.
Man sagt, dass das Wetter morgen schön wird.
Nederlands: Men zegt dat het morgen mooi weer wordt.
Man muss jeden Tag Wasser trinken.
Nederlands: Je moet elke dag water drinken.
Man lernt viel in der Schule.
Nederlands: Men leert veel op school.
Man darf hier nicht rauchen.
Nederlands: Hier mag men niet roken.