Taal
Duits
Niveau
B2
Eenheid
Verb-Präposition- und Reflexivstrukturen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Een Präpositionalobjekt in het Duits is een zinsdeel dat met een voorzetsel aan het werkwoord verbonden is. Sommige Duitse werkwoorden hebben altijd een bepaald voorzetsel nodig bij hun object.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik een Präpositionalobjekt als het Duitse werkwoord een vast voorzetsel nodig heeft om de betekenis compleet te maken. Het voorzetsel mag niet weggelaten worden en het zelfstandig naamwoord of voornaamwoord dat volgt, moet in de juiste naamval staan (Akkusativ of Dativ).

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Er interessiert sich für Musik.

Nederlands: Hij interesseert zich voor muziek.

Wir warten auf den Lehrer.

Nederlands: Wij wachten op de leraar.

Sie spricht mit ihrer Mutter.

Nederlands: Zij spreekt met haar moeder.

Ich erinnere mich an den Film.

Nederlands: Ik herinner me de film.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen