Ich spiele Fußball.
Nederlands: Ik speel voetbal.
Het Präsens is de tegenwoordige tijd in het Duits. Je gebruikt het om te praten over wat nu gebeurt, gewoontes en algemene feiten.
Gebruik het Präsens om aan te geven wat er nu gebeurt, om routines, feiten of iets dat binnenkort gaat gebeuren te beschrijven.
Ich spiele Fußball.
Nederlands: Ik speel voetbal.
Sie liest ein Buch.
Nederlands: Zij leest een boek.
Wir gehen ins Kino.
Nederlands: Wij gaan naar de bioscoop.
Du arbeitest jeden Tag.
Nederlands: Jij werkt elke dag.
Er kommt morgen.
Nederlands: Hij komt morgen.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Duits. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →