Taal
Duits
Niveau
B1
Eenheid
Zeitformen und Modi
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De Futur I in het Duits is een tijd die gebruikt wordt om te praten over toekomstige gebeurtenissen of handelingen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik Futur I om plannen, voorspellingen of vermoedens over de toekomst uit te drukken. Het kan ook gebruikt worden voor vermoedens over het heden.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich werde morgen arbeiten.

Nederlands: Ik zal morgen werken.

Wir werden bald ankommen.

Nederlands: Wij zullen binnenkort aankomen.

Sie wird das Buch lesen.

Nederlands: Zij zal het boek lezen.

Wirst du heute kommen?

Nederlands: Kom jij vandaag?

Es wird gleich regnen.

Nederlands: Het gaat zo regenen.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen