Ich werde morgen arbeiten.
Nederlands: Ik zal morgen werken.
De Futur I in het Duits is een tijd die gebruikt wordt om te praten over toekomstige gebeurtenissen of handelingen.
Gebruik Futur I om plannen, voorspellingen of vermoedens over de toekomst uit te drukken. Het kan ook gebruikt worden voor vermoedens over het heden.
Ich werde morgen arbeiten.
Nederlands: Ik zal morgen werken.
Wir werden bald ankommen.
Nederlands: Wij zullen binnenkort aankomen.
Sie wird das Buch lesen.
Nederlands: Zij zal het boek lezen.
Wirst du heute kommen?
Nederlands: Kom jij vandaag?
Es wird gleich regnen.
Nederlands: Het gaat zo regenen.