Ich kann nicht kommen, weil ich krank bin.
Nederlands: Ik kan niet komen omdat ik ziek ben.
In het Duits is 'weil' een voegwoord dat een bijzin inleidt die een reden geeft (omdat). Het werkwoord staat altijd aan het einde van de bijzin.
'Weil' wordt gebruikt om een reden of oorzaak te geven voor een handeling of situatie.
Ich kann nicht kommen, weil ich krank bin.
Nederlands: Ik kan niet komen omdat ik ziek ben.
Wir lernen Deutsch, weil wir in Deutschland leben.
Nederlands: Wij leren Duits omdat wij in Duitsland wonen.
Er geht ins Bett, weil er müde ist.
Nederlands: Hij gaat naar bed omdat hij moe is.
Sie kauft Brot, weil sie Hunger hat.
Nederlands: Zij koopt brood omdat zij honger heeft.