Ich denke, dass es morgen regnet.
Nederlands: Ik denk dat het morgen regent.
In het Duits zijn 'Nebensätze mit dass' bijzinnen die beginnen met 'dass' en extra informatie geven, vaak om te zeggen wat iemand zegt, denkt of voelt.
Gebruik 'dass'-zinnen in het Duits om weer te geven wat iemand zegt, denkt, weet of voelt. Ze volgen vaak op werkwoorden zoals sagen, glauben, wissen, meinen, hoffen.
Ich denke, dass es morgen regnet.
Nederlands: Ik denk dat het morgen regent.
Sie sagt, dass sie müde ist.
Nederlands: Zij zegt dat ze moe is.
Wir hoffen, dass du kommst.
Nederlands: Wij hopen dat je komt.
Er weiß, dass ich Deutsch lerne.
Nederlands: Hij weet dat ik Duits leer.