Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Verben und Verbformen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Regelmatige werkwoorden in het Duits zijn werkwoorden die volgens een vast patroon worden vervoegd. Ze krijgen in de tegenwoordige tijd steeds dezelfde uitgangen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik regelmatige werkwoorden voor dagelijkse handelingen, gewoontes en feiten in de tegenwoordige tijd. Ze veranderen niet onverwacht van vorm.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich lerne Deutsch.

Nederlands: Ik leer Duits.

Du arbeitest viel.

Nederlands: Jij werkt veel.

Wir wohnen in Berlin.

Nederlands: Wij wonen in Berlijn.

Er spielt Fußball.

Nederlands: Hij speelt voetbal.

Ihr macht Hausaufgaben.

Nederlands: Jullie maken huiswerk.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen