Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Pronomen und Artikel
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Duits zijn 'dieser', 'diese' en 'dieses' aanwijzende voornaamwoorden. Je gebruikt ze om een specifieke persoon of zaak aan te wijzen of te benadrukken.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'dieser', 'diese' of 'dieses' in het Duits als je duidelijk wilt maken over welk object of welke persoon je het hebt.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Dieser Apfel ist rot.

Nederlands: Deze appel is rood.

Ich mag diese Blumen.

Nederlands: Ik houd van deze bloemen.

Dieses Buch ist interessant.

Nederlands: Dit boek is interessant.

Diese Kinder spielen im Park.

Nederlands: Deze kinderen spelen in het park.

Tips

Verder verkennen