Dieser Apfel ist rot.
Nederlands: Deze appel is rood.
In het Duits zijn 'dieser', 'diese' en 'dieses' aanwijzende voornaamwoorden. Je gebruikt ze om een specifieke persoon of zaak aan te wijzen of te benadrukken.
Gebruik 'dieser', 'diese' of 'dieses' in het Duits als je duidelijk wilt maken over welk object of welke persoon je het hebt.
Dieser Apfel ist rot.
Nederlands: Deze appel is rood.
Ich mag diese Blumen.
Nederlands: Ik houd van deze bloemen.
Dieses Buch ist interessant.
Nederlands: Dit boek is interessant.
Diese Kinder spielen im Park.
Nederlands: Deze kinderen spelen in het park.