- Taal
- Engels
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Verb Tenses and Aspects
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De present simple is een Engelse tijd die je gebruikt om te praten over gewoontes, feiten en regelmatige handelingen.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de present simple om te praten over dingen die regelmatig gebeuren, algemene waarheden, feiten en routines.
Belangrijke vormen
- I/You/We/They + stam van het werkwoord (bijv. I work)
- He/She/It + stam + -s (bijv. She works)
- Negatief: do/does + not + stam (bijv. He does not work)
- Vraag: Do/Does + onderwerp + stam? (bijv. Does she work?)
Voorbeelden
I eat breakfast every morning.
Nederlands: Ik ontbijt elke ochtend.
She plays tennis on Saturdays.
Nederlands: Zij speelt op zaterdag tennis.
Water boils at 100 degrees Celsius.
Nederlands: Water kookt bij 100 graden Celsius.
They do not like coffee.
Nederlands: Zij houden niet van koffie.
Tips
- Vergeet niet -s of -es aan het werkwoord toe te voegen bij he/she/it.
- Gebruik 'do' of 'does' voor vragen en ontkenningen.
- Gebruik de present simple niet voor acties die nu gebeuren.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden veranderen van spelling in de derde persoon (bijv. 'go' wordt 'goes', 'have' wordt 'has').