- Taal
- Engels
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Prepositions and Collocations
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Engels worden sommige bijvoeglijke naamwoorden gevolgd door een voorzetsel, zoals 'of', 'to', 'about' of 'with'. Dit voorzetsel verbindt het bijvoeglijk naamwoord met extra informatie. Bijvoorbeeld: 'afraid of spiders'.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt een voorzetsel na een bijvoeglijk naamwoord om aan te geven waar het bijvoeglijk naamwoord betrekking op heeft. Dit komt vaak voor bij gevoelens, meningen, vaardigheden en relaties.
Belangrijke vormen
- adjective + preposition + noun/pronoun
- Voorbeelden: interested in music, good at sports, proud of my team
Voorbeelden
She is afraid of dogs.
Nederlands: Zij is bang voor honden.
He is interested in science.
Nederlands: Hij is geïnteresseerd in wetenschap.
I'm proud of you.
Nederlands: Ik ben trots op jou.
They are good at swimming.
Nederlands: Zij zijn goed in zwemmen.
Tips
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden horen altijd bij een vast voorzetsel. Bijvoorbeeld: 'good at', niet 'good in'.
- Leer de combinaties van bijvoeglijk naamwoord + voorzetsel als vaste uitdrukkingen.
- Vertaal voorzetsels niet letterlijk uit het Nederlands; ze verschillen vaak in het Engels.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden kunnen met verschillende voorzetsels voorkomen, waarbij de betekenis verandert. Bijvoorbeeld: 'angry with someone' (boos op iemand) en 'angry about something' (boos over iets).