Taal
Engels
Niveau
B2
Eenheid
Prepositions and Collocations
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Engels worden sommige bijvoeglijke naamwoorden gevolgd door een voorzetsel, zoals 'of', 'to', 'about' of 'with'. Dit voorzetsel verbindt het bijvoeglijk naamwoord met extra informatie. Bijvoorbeeld: 'afraid of spiders'.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt een voorzetsel na een bijvoeglijk naamwoord om aan te geven waar het bijvoeglijk naamwoord betrekking op heeft. Dit komt vaak voor bij gevoelens, meningen, vaardigheden en relaties.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

She is afraid of dogs.

Nederlands: Zij is bang voor honden.

He is interested in science.

Nederlands: Hij is geïnteresseerd in wetenschap.

I'm proud of you.

Nederlands: Ik ben trots op jou.

They are good at swimming.

Nederlands: Zij zijn goed in zwemmen.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen