Taal
Engels
Niveau
B2
Eenheid
Verb Tenses and Aspects
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De past perfect simple is een Engelse tijd die je gebruikt om aan te geven dat een handeling vóór een andere handeling in het verleden gebeurde.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de past perfect simple om duidelijk te maken dat één gebeurtenis eerst gebeurde en daarna pas de andere, allebei in het verleden.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

She had finished her homework before dinner.

Nederlands: Zij had haar huiswerk afgemaakt voor het avondeten.

They had left when I arrived.

Nederlands: Zij waren vertrokken toen ik aankwam.

I had never seen that movie before.

Nederlands: Ik had die film nog nooit eerder gezien.

By the time we got to the station, the train had departed.

Nederlands: Toen we bij het station aankwamen, was de trein al vertrokken.

Tips

Verder verkennen