Taal
Engels
Niveau
B1
Eenheid
Pronouns and Possessives
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Subject- en objectpronouns in het Engels zijn woorden die je gebruikt in plaats van een zelfstandig naamwoord. Subject pronouns doen de actie, object pronouns krijgen de actie.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik subject pronouns als het voornaamwoord het onderwerp van de zin is (degene die iets doet). Gebruik object pronouns als het voornaamwoord de actie ontvangt of na een voorzetsel komt.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

She likes chocolate.

Nederlands: Zij houdt van chocolade.

We see them every day.

Nederlands: Wij zien hen elke dag.

Can you help me?

Nederlands: Kun je mij helpen?

He gave it to us.

Nederlands: Hij gaf het aan ons.

Tips

Verder verkennen