She likes chocolate.
Nederlands: Zij houdt van chocolade.
Subject- en objectpronouns in het Engels zijn woorden die je gebruikt in plaats van een zelfstandig naamwoord. Subject pronouns doen de actie, object pronouns krijgen de actie.
Gebruik subject pronouns als het voornaamwoord het onderwerp van de zin is (degene die iets doet). Gebruik object pronouns als het voornaamwoord de actie ontvangt of na een voorzetsel komt.
She likes chocolate.
Nederlands: Zij houdt van chocolade.
We see them every day.
Nederlands: Wij zien hen elke dag.
Can you help me?
Nederlands: Kun je mij helpen?
He gave it to us.
Nederlands: Hij gaf het aan ons.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Engels. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →