She must be at work.
Nederlands: Zij moet wel op haar werk zijn.
Modale werkwoorden voor deductie in het Engels zijn woorden zoals 'must', 'might' en 'can't'. Ze geven aan hoe zeker je bent van iets.
Je gebruikt deze modale werkwoorden in het Engels om aan te geven of je zeker bent, twijfelt, of denkt dat iets onmogelijk is, op basis van wat je weet.
She must be at work.
Nederlands: Zij moet wel op haar werk zijn.
He might be tired.
Nederlands: Hij zou moe kunnen zijn.
This can't be her phone.
Nederlands: Dit kan haar telefoon niet zijn.
They could be on holiday.
Nederlands: Zij zouden op vakantie kunnen zijn.