Taal
Engels
Niveau
A2
Eenheid
Modal verbs and imperatives
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

‘Can’ en ‘can’t’ zijn modale werkwoorden in het Engels. Ze worden gebruikt om te zeggen wat je kunt (vaardigheid) of mag (toestemming).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik ‘can’ om te zeggen dat iemand iets kan doen of toestemming heeft. Gebruik ‘can’t’ voor dingen die je niet kunt of niet mag doen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

I can speak English.

Nederlands: Ik kan Engels spreken.

He can’t play the guitar.

Nederlands: Hij kan geen gitaar spelen.

Can you come to the party?

Nederlands: Kun je naar het feest komen?

We can go now.

Nederlands: We kunnen nu gaan.

Tips

Verder verkennen