Niet roken!
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Vragen en ontkenning
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De negatieve imperatief in het Nederlands gebruik je om iemand te zeggen dat hij of zij iets niet moet doen. Je geeft hiermee een verbod of een negatieve instructie.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de negatieve imperatief bij het geven van verboden, waarschuwingen of als je wilt dat iemand stopt met een bepaalde handeling.
Belangrijke vormen
- Gebruik 'niet' of 'geen' + infinitief.
- Bijvoorbeeld: 'Niet doen!', 'Niet praten!', 'Geen suiker toevoegen!'
Voorbeelden
Niet praten tijdens de les.
Geen foto’s maken.
Niet vergeten je huiswerk te maken.
Tips
- Gebruik 'niet' bij werkwoorden en 'geen' bij zelfstandige naamwoorden.
- Het werkwoord blijft in de infinitief na 'niet'.
- Gebruik geen 'te' na 'niet' in de negatieve imperatief.
Uitzonderingen en randgevallen
- Soms kun je 'doe dat niet' gebruiken voor extra nadruk: 'Doe dat niet!'