Taal
Nederlands
Niveau
A2
Eenheid
Zinsstructuur en woordvolgorde
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Nederlands betekent inversie dat het onderwerp en het werkwoord van plaats wisselen. Het werkwoord komt vóór het onderwerp.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt inversie als de zin niet met het onderwerp begint, bijvoorbeeld met een tijdsbepaling, plaatsbepaling of ander zinsdeel. Ook na sommige voegwoorden zoals 'maar' of 'dan'.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Vandaag eet ik pizza.

Na het werk ga ik naar huis.

In de zomer zwemmen wij vaak.

Daar staat de auto.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen