Het rode boek ligt op tafel.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Een bijvoeglijk naamwoord is een woord dat iets zegt over een zelfstandig naamwoord. Het geeft bijvoorbeeld een kleur, vorm, of eigenschap aan.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik een bijvoeglijk naamwoord om iets of iemand te beschrijven. Het bijvoeglijk naamwoord staat meestal vóór het zelfstandig naamwoord.
Belangrijke vormen
- Stamvorm: mooi huis
- Met -e: mooie vrouw
- Zonder -e na 'een' en een onzijdig enkelvoudig woord: een mooi kind
Voorbeelden
Ik heb een grote hond.
Een oud huis staat daar.
De blauwe jas is mooi.
Tips
- Bij de-woorden en meervoud zet je meestal -e achter het bijvoeglijk naamwoord.
- Bij het-woorden in het enkelvoud na 'een' gebruik je géén -e.
- Let op de spelling bij het toevoegen van -e, bijvoorbeeld: 'groot' wordt 'grote'.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige bijvoeglijke naamwoorden zijn onregelmatig, zoals 'goed' (goede).
- Woorden die eindigen op -en krijgen geen extra -e.