Dit boek is nieuw.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Voornaamwoorden en bezit
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Aanwijzende voornaamwoorden zijn woorden waarmee je in het Nederlands iemand of iets aanwijst.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt deze woorden als je iets of iemand wilt aanwijzen, of als je duidelijk wilt maken waarover je het hebt.
Belangrijke vormen
- dit (voor 'het'-woorden, dichtbij)
- deze (voor 'de'-woorden, dichtbij)
- dat (voor 'het'-woorden, veraf)
- die (voor 'de'-woorden, veraf)
Voorbeelden
Deze appel is lekker.
Dat huis is groot.
Die stoel is oud.
Tips
- Gebruik 'dit' en 'dat' bij het-woorden.
- Gebruik 'deze' en 'die' bij de-woorden.
- Let op: 'dit' en 'deze' zijn voor dichtbij, 'dat' en 'die' voor veraf.