Dit is mijn telefoon.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- A0
- Eenheid
- Voornaamwoorden, lidwoorden en verwijswoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Aanwijzende voornaamwoorden in het Nederlands wijzen naar mensen of dingen op afstand en aantal, vergelijkbaar met het Engels.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik aanwijzende voornaamwoorden om items in context te identificeren, vaak met 'zijn'.
Belangrijke vormen
- dit (dichtbij, enkelvoud/het-woorden)
- dat (ver, enkelvoud/het-woorden)
- deze (dichtbij, meervoud/de-woorden)
- die (ver, meervoud/de-woorden)
Voorbeelden
Dat is onze bus.
Deze zijn mijn sleutels.
Die zijn jouw schoenen.
Tips
- Let goed op enkelvoud/meervoud en geslacht (de/het).
- Aanwijzende voornaamwoorden zijn handig voor klas- en dagelijkse interacties.
- Combineer met 'zijn' voor duidelijke beginzinnen.